Het geeft te denken dat Lucia deze visioenen pas publiceerde nadat 25, resp. 27 jaar waren voorbijgegaan. Heel wat van de dingen die in de visioenen worden voorzegd, zijn dan al historie. Je mag je gerust afvragen of haar geheugen zo goed was dat ze zich die dingen nog woordelijk kon herinneren. Het is zeer wel denkbaar dat ze in die 2½ decennia in afzondering en met een zwijgbelofte behoorlijk beïnvloed is door haar geïsoleerde leven in een klooster en wellicht door personen uit haar omgeving. Men zegt dat ze ook in het klooster nog 'Maria-verschijningen' heeft gezien. Als het waar is wat ik denk, had ze een levendige fantasie.
Veel van wat in deze visioenen wordt getoond, was ook al in de verschijningen te La Salette in de 19e eeuw 'geopenbaard', en algemeen bekend in R.K.-kringen, zeker in zo'n vroom land als Portugal. En je behoeft geen wonder van intelligentie te zijn om de inhoud van de onthullingen - mits goede feitenkennis - op je vingers te kunnen narekenen. De Russische revolutie was er een volgens het boekje van Marx en Engels. En deze heren hadden echt een wereldrevolutie op het oog, geen lokale. De haat tegen de R.K. kerk en haar leiders werd in Portugal openlijk gepropageerd. Daarmee waren de kinderen bekend en zeker Lucia in de 40-er jaren van de 20e eeuw. Daarvoor heb je geen dame met visioenen nodig. Zonder af te doen aan de integriteit van de kinderen, die uiteraard Das Kapital niet kenden. Dat het Vaticaan moeite had met het publiceren van het derde visioen, ligt voor de hand: je geeft niet graag voorspellingen van de ondergang van je eigen instituut bloot. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in dit visioen een kleine wraakneming van Lucia aan het licht komt. Zij had alle redenen om de R.K. kerk niet erg welgezind te zijn, omdat na de verschijningen - en nadat de andere kinderen waren gestorven - op een initimiderende manier op haar is ingepraat, zodat zij tenslotte, tegen haar zin, en met grote angst voor het onbekende, besloot om aan hun pressie toe te geven, en in een klooster te gaan en om alle contact met haar familie alleen over kerkelijke autoriteiten te laten lopen. Zij had ook een zwijgplicht, en heeft een belofte tot geheimhouding over allerlei zaken moeten afleggen. Waarom eigenlijk? Kennelijk vreesde men dat Lucia dingen zou gaan zeggen, die de kerkelijke autoriteiten slecht uitkwamen.
Wat was de houding van de omgeving, de autoriteiten en het Vaticaan?
De ouders van de kinderen hebben hen altijd gesteund, ook al hadden zij hun twijfels. De moeder van Jacinta en Francisco zegt genezen te zijn van een verlamming, na gebeden tot haar kinderen gericht te hebben(!!). Maar haar twee broers hebben nooit gezien dat zij verlamd was! Wat is hier nu realiteit en wat is gewenste fantasie?
De burgerlijke autoriteiten hadden geen behoefte aan opschudding in hun district, en hebben alle middelen te baat genomen om de verschijningen in diskrediet te brengen en de kinderen te intimideren.
Ook de plaatselijke en diocesale geestelijkheid stond niet te springen van vreugde. De dorpspriester had grote twijfels omtrent de echtheid en de waarheid van de verschijningen. Maar er was ook vrees voor onrust in de kerk. Pas in 1930, als Salazar aan de macht is, en de anti-R.K.-maatregelen van de revolutionaire regeringen heeft teruggedraaid, wordt er onder druk van het volk toestemming gegeven om een verering te starten in Fátima, en pas in 1952 wordt de bouwactiviteit gestart die leidt tot het huidige complex van pleinen, basiliek, kapel, etcetera. Paus Johannes Paulus II (vanaf 1978) was een echte 'Maria-man' en heeft de verering in Fátima grote impulsen gegeven. Hij heeft ook de zaligverklaring van de twee jongste kinderen geleid. In Fátima, uiteraard. Het is voor mij een tamelijk ongelooflijke zaak, dat een intelligent man als paus Johannes Paulus II, die toch een zekere kritische geest niet mag worden ontzegd, zo pro-Fátima is.
Overigens is er een niet onbelangrijke groep van R.K. priesters, die gelooft dat het Vaticaan (de vier kardinalen direct onder de paus) bewust het derde geheim van Fátima niet volledig heeft publiek gemaakt en dat er verschillende woorden en zinsdelen zijn veranderd, c.q. weggelaten. Het Vaticaan zou hiermee willen aangeven dat de Fátima-geheimen alleen betrekking hebben op het verleden. Het lijkt erop of men er thans een beetje mee in de maag zit. Paus Johannes Paulus II was van geheel andere opvatting, maar ventileerde deze niet en public. Maar genoeg hierover.
Wat moeten we denken van het 'wonder van de zon'?
Ik geloof, dat ik daarover kort kan zijn. Het wonder werd gezien door degenen die een wonder verwachtten en erin geloofden. Aanwezige niet-R.K. en andere kritische journalisten zagen niets bijzonders, hoewel andere journalisten wel iets vreemds schijnen te hebben waargenomen.
Dat er in Cova da Iria iets wonderbaarlijks aan de gang was, is dus moeilijk te bevestigen noch te ontkennen. Het snel drogen van kleren in een grote menigte onder een doorbrekende zon midden op de dag in een warm land als Portugal, is m.i. niet echt iets uitzonderlijks, maar de mensen stonden zeer gespannen, in een zekere extase, en misschien ook wel angstig te wachten op iets, dat zou gebeuren. In zo'n stemming is men gevoelig voor wat ongewoon lijkt, en sneller geneigd iets als wonderbaarlijk te beschouwen wat bij nader inzien tamelijk alledaags is.
Wie waren de engel en 'Maria' die aan de herdertjes verschenen?
De Bijbel zegt ons, dat wij de geesten moeten beproeven (testen) of zij uit God zijn. De strijd rond deze verschijningen is echter tot nu toe gevoerd tussen onkritische voorstanders/gelovigen en hen die de verschijningen afwezen vanuit een ongelovig standpunt of vanuit (kerk)politieke overwegingen. Wij willen proberen om vanuit de Bijbel een beoordeling te geven.
Het eerste wat dan opvalt is, dat alle boodschappen, visioenen en opdrachten, zowel van engel als witte dame wel heel erg exclusief 'Rooms' zijn: rozenkrans, hostie, onbevlekt hart van Maria, verschillende Onze Lieve Vrouwen, opdracht tot bouw van kapel. In de Bijbel vinden wij van deze dingen in het geheel niets terug. Het enige algemeen bijbelse is de oproep tot bekering van zondaars en het redden van hun zielen uit de hel. De hele rol van Maria in de Rooms-Katholieke kerk is aan de Bijbel totaal vreemd. Ook de Bijbelteksten die ter verdediging worden aangevoerd, zijn duidelijk rechtvaardigingen achteraf van een scheefgegroeide praktijk, die niet meer terug te draaien was zonder grote schade voor de geloofwaardigheid van de Vaticaanse organisatie.
Het tweede wat opvalt, zijn de toehoorders: drie jonge kinderen, nog zonder de geestelijke bagage om te kunnen beoordelen, sterk gepreoccupeerd met de Maria-verering die in Portugal usance is, en beïnvloed door de 'Maria'-verschijningen in La Salette en Lourdes. In de Bijbel vinden verschijningen vooral plaats aan geestelijk volwassenen, in staat tot verstaan en beoordelen. Zie Mozes, Samuël en de andere profeten, in het Nieuwe Testament Paulus en Johannes. Mozes raadt zijn volk aan om een eigen onafhankelijk oordeel te ontwikkelen (Exodus 23:2), en in de Handelingen (hst. 17:10-11) lezen wij waarderende woorden over de mensen in Berea die Paulus beleefd aanhoorden en thuis in de Bijbel gingen nakijken of het klopte. Niets van dit alles in Fátima. Men is geïmponeerd door het geloof dat er verschijningen zijn en men is geïmponeerd door het 'wonder van de zon', hoewel dat waarschijnlijk alleen in de geesten van de 'gelovigen' heeft plaatsgevonden.
De verdediging van R.K. zijde is, dat God juist deze drie nederige kinderen uitkoos om daarmee de meer geletterde en gestudeerde ongelovige mensen te corrigeren. Maar deze kinderen waren niet alleen nederig (misschien) maar ook onwetend.
Zo, en wie zijn dan in dit licht de personen van de engel en de 'witte dame'? Het meest lijken deze op verschijningen zoals die af en toe ook in spiritistische sánces optreden. Mogelijk zijn het ook verschijningen in de geest van Lucia. Zij was de enige die alles heeft gezien en gehoord en die met de verschijning sprak. Op één uitzondering na is zij ook de enige, die door de dorpspriester werd geïnterviewd, en hij zal daar zeker een goede reden voor gehad hebben. Want of de andere kinderen iets hebben gehoord en/of gezien, is m.i. aan gerede twijfel onderhevig. De verschijning geeft dus geen houvast, we moeten naar de presentatie en de inhoud kijken.
Presentatie: de dame zegt het niet rechtstreeks, maar zij pretendeert Maria te zijn, de Galilese boerendochter die de moeder van Jezus werd. Nu, uit de Bijbel is duidelijk hoe de verhouding tussen Jezus en zijn moeder was. Hij is haar en zijn vader Jozef onderdanig als kind, maar corrigeert haar als Hij als 12-jarige in de tempel discussieert met de geleerden (Lukas 2:49) / Hij wijst haar terecht als zij Hem wil laten ingrijpen bij de bruiloft in Kana (Joh. 2:4) / Hij wijst haar opnieuw haar bescheiden plaats als ze, samen met Jezus' familieleden, Hem komt claimen in Kapernaüm (moeder en broeders, Mattheus 12:46-50 en parallelteksten) / en Hij vertrouwt haar toe aan de zorg van de discipel Johannes als Hij sterft. Aansluitend staat er dat deze discipel haar bij zich in huis neemt. Verder neemt Maria deel aan bijeenkomsten en werk van de christelijke gemeente in Jeruzalem. Dat is alles. Dus een Maria die als een soort hemelkoningin door God uit de hemel naar de aarde gestuurd wordt om boodschappen aan kinderen te geven, bestaat Bijbels gezien niet. Dus, Maria? Nee, in de verste verte niet.
Inhoud: simpele opdrachten, die ook nog sterk 'Rooms' getint zijn. De inhoud van alle boodschappen overstijgt niet de kennisinhoud van een kind als Lucia op die leeftijd, in een sterk 'Roomse' omgeving, inclusief de populaire verwarringen, plus de invloed van allerlei volks en wellicht occult bijgeloof. En van de drie visioenen, waarover hierboven al geschreven is mag de echtheid sterk betwijfeld worden. Behalve dat ze eigenlijk niets spectaculairs bevatten, zijn ze naar alle waarschijnlijkheid pas veel later geproduceerd.
Waarom al deze tralala?
Blijft dus de vraag: waarom al deze trammelant om zulke simpele boodschappen en opdrachten over het voetlicht te krijgen? En mijn antwoord is drieërlei:
Als je als kerk het gezag van de Heilige Schrift loslaat en naast - en soms in de plaats van - de Bijbel ook allerlei menselijke leringen accepteert, die door de R.K. kerk als mede-gezaghebbend worden opgelegd, als daar zijn het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria en haar ten hemel opneming, waarbij de volkse religie haar ook ziet als de koningin der hemels en medeverlosseres (teksten die wij in Portugal op de sokkel van een Mariabeeld zagen gegraveerd) en als je daarnaast deze opgehemelde Maria accepteert als boodschapster uit de hemel, wat voor steekhoudende argumenten kun je als kerk dan nog naar voren halen om toestanden als die te Fátima NIET als echte verschijningen te accepteren. Het hele volk zal je dwingen om het te doen! En je hebt geen onderbouwde tegenargumenten. Het Vaticaan is als het ware gegijzeld door zijn eigen dwalingen. Toch zijn er tekenen dat het Vaticaan er niet gelukkig mee is.
Ten tweede: de commercie! Zie eens wat er dag aan dag, jaar na jaar aan volk naar Fátima trekt. Zie eens hoe de kaarsenbranderijen roken. Zie de immense bedragen die daar omgaan, maar ook in hotels, restaurants, paraphernalia-shops, toeleverende industrieën voor al deze dingen en de Mariabeelden in velerlei soort en afmeting, al of niet met 'gouden' kroon. De banken in Fátima behoren tot de meest renderende in Portugal. Big business. In 1999 bedroeg het netto resultaat van het heiligdom, bezocht door meer dan 6 miljoen bezoekers, meer dan 80 miljoen Euro, belastingvrij(!), en is 20 kg goud aan de kerkschat toegevoegd. En alles gedragen door een 'devotie aan Maria'. Wat gebeurt er met al dit geld en deze schatten? Wie profiteren daarvan?
Ten derde: De Fátima-verschijningen hebben het geloof dat Maria van tijd tot tijd aan gelovige (Rooms-Katholieke) mensen (meestal kinderen) verschijnt, zeer versterkt. Feiten spelen geen enkele rol meer. Wat in dit artikel is aangedragen, is in feite vernietigend voor het hele Fátima-gebeuren. Maar wie zal het lezen, wie zal er iets mee doen? Ik heb daar geen hoge verwachting van. De club rond Fátima kon zich veroorloven om in 1992 het boekje met de interviews van de dorpspriester integraal uit te geven. Er is toch geen vraag naar...
Fátima is een uitstekende illustratie van het Babylon uit Openbaring 18: een combinatie van religie met commercie. Nooit zal enige autoriteit in de R.K.-kerk dit circus kunnen terugdraaien. Denk alleen maar eens aan de onmetelijke schadeclaims van de uitbaters aldaar. Of denk aan het verlies van geloofwaardigheid. Toch is de R.K.-kerk er nooit erg gelukkig mee geweest. Je ziet dan nu ook allerlei pogingen van de Vaticaan-top om de waarde van de 'geheimen' af te zwakken, door bij verschillende gelegenheden te stellen, dat ze betrekking hebbn op gebeurtenissen die nu al in het verleden liggen. Een voorbeeld is het derde visioen, waarbij o.a. de paus wordt doodgeschoten door soldaten. Het Vaticaan zegt nu dat dit realiteit is geworden in de aanslag op deze paus door de Turk Ali Agca op 13 mei 1981. Maar dat waren geen soldaten, de paus was niet dood, ook de kardinalen etc. niet. Dus...
Tenslotte...
Op één of andere manier dragen de zgn. 'Maria'-verschijningen met de werkelijke of vermeende begeleidende mirakelen ertoe bij dat de R.K. Vaticaanse organisatie zijn greep op de zielen van velen behoudt en/of versterkt. Ook Fátima valt onder deze categorie. Velen zien in deze verschijnselen krachtige impulsen tot de ondergang van het Portugese atheïstische regime, dat in 1910 aan de macht kwam. De dictator Salazar kon best een krachtige R.K. kerk gebruiken, die een stevige greep op het volk had. En om die steun te verwerven, draaide hij alle beperkende maatregelen van de vorige regeringen terug, en knoopte weer uitstekende betrekkingen aan met het Vaticaan. Salazar was een krachtig voorstander van een R.K. devotie in zijn land. En nu is - naast een uitlaatklep voor religieuze gevoelens voor zeer velen - de commercie ter plaatse de sterkste impuls die het Fátima-gebeuren in stand houdt. Babylon.
Eén gevolg heeft de bedevaart naar Fátima van ongetwijfeld millioenen Portugezen in ieder geval NIET gehad: de heiliging van het openbare leven in dat land. Hoewel de Portugezen in persoonlijk contact vriendelijk en behulpzaam zijn, is het een land met een hoge graad van corruptie. De openbare ruimte is ronduit smerig: er is geen strekkende meter wegberm die niet vergeven is van de 'zegen' van de moderne verpakkingsmaterialen. De parkings in Fátima spanden wat mij betreft wel de kroon. Tonnen zwerfvuil waaien hier vrolijk in het rond zonder dat het kennelijk in de gedachten van enige autoriteit opkomt, om deze bende eens aan te pakken. Alles wat niet meer nodig is, wordt uit het - vaak openstaande - autoraam gekieperd. De vele bosbranden in 2003 in Portugal hebben - naar het woord van een brandwacht aldaar - zeker met die gewoonte te maken. Want ook sigarettenpeuken vallen onder deze gewoonte.
Fátima was voor ons een schok. Het zien van de velen, die hier met grote toewijding op hun knieën over het marmer van het plein kruipen naar de heiligdommen toe, in de hoop op groter genade. Het zien van de kaarsenoven, waar kaarsen niet worden gebrand maar in een laaiend vuur gegooid, waarschijnlijk omdat er geen ruimte is om al de gekochte en te branden kaarsen een plek te geven in één van de heiligdommen. We begrepen plotseling wat er in de Bijbel soms over Jezus geschreven is, als Hij de mensenmassa's op Hem ziet afkomen: "Hij was met innerlijke ontferming over hen bewogen, want zij waren als schapen die geen herder hadden". Wat hebben wij ons gebrek aan kennis van de Portugese taal betreurd. Nu konden we alleen maar met tranen in onze ogen deze afgoderij aanzien, en we konden niemand aanspreken. Maar God hoort onze gebeden.
ZIET TOE DAT NIEMAND JULLIE VERLEIDT.
-------------------
Noot: De gegevens omtrent geestverschijningen en spiritistische séances ontleen ik aan het boek: Okkultisme en christelijk geloof, van Dr. W.C. van Dam, J.N. Voorhoeve, 1978, ISBN 90-297-0535-3